Vlaams Parlement bereikt akkoord rond parlementaire pensioenen

Maandag 16 januari 2017 — Het Uitgebreid Bureau van het Vlaams Parlement is vandaag (16 januari 2017) tot een consensus gekomen voor een nieuwe regeling van de parlementaire pensioenen.

Na verscheidene interparlementaire conferenties was gebleken dat er onvoldoende grond was om snel tot een akkoord te komen, dat voor alle parlementen in ons land kon gelden.

Het Vlaams Parlement heeft daarom een regeling uitgewerkt, die door al haar fracties is goedgekeurd en die als onderhandelingsbasis zal worden gebruikt om een stelsel uit te werken dat kan gehanteerd worden in alle parlementen van ons land.

Voorzitter Jan Peumans is tevreden met de nieuwe regeling.

“Dit is een logische hertekening van de pensioenregeling voor parlementariërs. Het is maar normaal dat die dezelfde evolutie volgen als de pensioenen van alle andere burgers. Wij werken dus ook naar een pensioenleeftijd van 67 jaar in 2030.

Net als ambtenaren en werknemers zullen parlementsleden van het Vlaams Parlement na 2019 tot 65 moeten werken.

In 2025 schuift hun pensioenleeftijd op naar 66 jaar, in 2030 naar 67 jaar.

Zij zullen dan een  - al dan niet gemengde -  loopbaan van 45 jaar moeten kunnen voorleggen voor een volledig pensioen, momenteel is dat 36 jaar.

De regeling voor vervroegd pensioen is ook een doorslag van de regeling voor de ambtenaren en werknemers.

Er is een overgangsregeling voorzien voor de parlementsleden die nu al zetelen. Zij kunnen hun huidige pensioenrechten opnemen vanaf 62 jaar. Wie op minder dan 5 jaar van zijn pensioenleeftijd staat, kan op pensioen vanaf 60. 

De nieuwe aanpassing van de parlementaire pensioenen is niet de eerste in haar soort, want in 2014 vond een eerste pensioenhervorming plaats. Sindsdien ligt de pensioenleeftijd op 62 jaar, met een volledig pensioen na een parlementaire carrière van 36 jaar. Vóór 2014 hadden parlementariërs al recht op een volledig pensioen na 20 jaar zetelen, met een minimumleeftijd van 52 jaar.

Het huidige akkoord zal  voorgelegd worden op 15 februari 2017 op de eerstvolgende conferentie van de parlementsvoorzitters van heel België met de bedoeling om de principes ervan ook in de andere assemblees van ons land ingang te doen vinden.

Indien de andere parlementen deze regeling niet volgen, wordt de vandaag afgesproken regeling alvast in het Vlaams Parlement doorgevoerd.”

 

Jan Peumans

Voorzitter